Sonsbeek 1971: Sonsbeek buiten de perken

Sonsbeek 1971: Sonsbeek buiten de perken

Sonsbeek ’71: Sonsbeek buiten de perken breekt radicaal met de traditie van zijn voorgangers. In plaats van de beeldhouwkunst staan dit keer de internationale ontwikkelingen in de beeldende kunst van de voorgaande vijf jaar centraal. Het is ook de eerste keer dat er wordt gewerkt met een thema: ruimtelijke relaties. De kunstenaars worden bovendien voor het eerst uitgenodigd om naar aanleiding van hun bezoek aan Park Sonsbeek een kunstwerk te maken. Nagenoeg alle kunstenaars bezoeken het park, maar sommigen (waaronder Robert Smithson) hebben kritiek op de ‘kunstmatige’ natuur van het park. Het werkcomité, onder leiding van curator Wim Beeren, besluit vervolgens om in overleg een aantal kunstenaars locaties te laten kiezen ‘buiten de perken’ van Sonsbeek. Dit resulteert in allerlei projecten en kunstwerken, verspreid over heel Nederland (in bijna alle twaalf provincies!).       

Het werkcomité wil bezoekers ook bewust maken van de invloed die (nieuwe) communicatiemiddelen, zoals de telefoon en telexmachine, hebben op de beleving van ruimte, afstanden en tijd. Zodoende worden er speciale communicatiecentra in Arnhem, Maastricht, Leiden, Rotterdam, Groningen en Enschede opgericht waar iedereen deze apparaten kan gebruiken. Het concept van Sonsbeek ’71, dat in de catalogus wordt bestempeld als een avontuur en een dynamische manifestatie, is zowel revolutionair als controversieel. Niet alleen bezoekers, maar ook kunstcritici en zelfs kunstenaars bekritiseren onder andere de verspreiding van de kunstwerken en de subsidiëring van de “elitekunst” – een kwalificatie die in de media circuleert. Sonsbeek ’71 moest de kunst en de maatschappij verenigen, maar in plaats daarvan werd men zich bewuster van de afstand tussen enerzijds kunstenaars en  kunstexperts en anderzijds het publiek. 

Affiche Sonsbeek 1971